Terug
Geheim is alleen geheim als er geheim op staat!
Na
de uitspraak van de rechter in de zaak die het OM tegen mij heeft
gevoerd lijkt er meer duidelijkheid te zijn gekomen. Maar is dat
ook werkelijk zo?
Eindelijk
meer duidelijkheid
Met deze parafrase uit vervlogen tijden op de bekende reclame voor
een snoepjesmerk wordt het belang duidelijk van de uitspraak die
de meervoudige strafkamer in Utrecht op 15 mei heeft gedaan.
Het feit dat er nu jurisprudentie is die aangeeft dat het openbaar
maken van vertrouwelijke informatie iets anders is dan het schenden
van een geheim geeft gemeenteraadsleden veel meer mogelijkheden
om hun controlerende functie in alle openbaarheid effectief uit
te oefenen.
Aan de andere kant kunnen colleges van B.en W en Gedeputeerde Staten
na deze uitspraak nog slechts geheimhouding opleggen als zij daar
de formele regels voor volgen die de wet voorschrijft. Daarbij zijn
de artikelen 10 en 11 van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)
leidraad en het is, om maar een voorbeeld te noemen, noodzakelijk
dat de door of namens het college opgelegde geheimhouding door de
gemeenteraad in de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd.
Uiteraard dient zon besluit dan ook duidelijk gemotiveerd
te worden.
Het stempel vertrouwelijk heeft hiermee op zichzelf
geen enkele juridische status meer en daardoor wordt het voor colleges
onmogelijk het grijze vertrouwelijke gebied op te zoeken waar allerlei
zaken op oneigenlijke wijze aan de openbare democratische controle
kunnen worden onttrokken.
Valkuilen
Betekent dit alles dat raadsleden nu maar van alles en nog wat openbaar
kunnen maken?
Dat lijkt niet verstandig. In de eerste plaats is het afspreken
van vertrouwelijkheid iets wat ook zin kan hebben. Soms hebben colleges
even tijd nodig om ergens mee naar buiten te komen en de reden daarvoor
kan heel plausibel zijn. Het dan verbreken van de afgesproken vertrouwelijkheid
kan door de collegas als onbetrouwbaar worden ervaren en als
een inbreuk op de mores van de raad. Omdat deze zaken in elke gemeente
en provincie anders kunnen liggen is het van belang om in zulke
zaken een zorgvuldige afweging te maken. Welk belang is groter?
Het belang van volledige onmiddellijke openbaarmaking? In dat geval
is het overigens wel zo netjes om eerst aan het college te vragen
of het niet zelf tot openbaarmaking wil over gaan. Of is het belang
van de mores van de raad groter; namelijk de ongeschreven spelregels
waaraan iedereen zich eigenlijk dient te houden?
Ook speelt nog mee dat volgens de WOB stukken met een vertrouwelijk
karakter niet geopenbaard hoeven te worden. Daar kan dus wel
(onder voorwaarden) de geheimhoudingsplicht voor gelden. Het is
lastig dat de wet hier weer het woord vertrouwelijk
gebruikt, terwijl het om geheimen gaat.
Kortom, voorzichtigheid blijft geboden.
Nu
wetteksten harmoniseren?
De uitspraak van de rechter heeft op 15 mei de kaders geschapen
waardoor duidelijke, ondubbelzinnige regelgeving binnen handbereik
is gekomen.
Duidelijk is in ieder geval:
- 1.Openbaarheid
is de regel.
- 2.Vertrouwelijkheid
kan soms verstandig zijn maar dan zo kort mogelijk; en heeft op
zich echter geen juridische status.
- 3.Geheimhouding
is de uitzondering, maar mag alleen worden opgelegd als dat volstrekt
noodzakelijk is (WOB) en daarbij moeten procedures correct worden
doorlopen..
Hoe
we in sommige gevallen met deze materie moeten om gaan dient nog
nader te worden uitgewerkt.
Wellicht
kan onze Tweede Kamerfractie een handje helpen bij het op een lijn
krijgen van de diverse wetteksten die op dit terrein van toepassing
zijn.
Houten,
28 mei 2001
auteur
: Wouter van Kouwen
top
| terug
|