Terug

De politiek als maatschappelijke strijd

Waarom spreekt de politiek zoveel mensen niet meer aan? En waarom is dat een riskante zaak? Hoe zouden we het tij kunnen keren? Een analyse. Deels eerder gepubliceerd in het UN van 16 juni 2001

Het simpele feit dat er een overheid is, en dus ook een politiek systeem dat die overheid in stand houdt, voorkomt, naar mijn overtuiging, dat allerlei tegenstellingen in onze samenleving tot moord en doodslag leiden. Door middel van ons democratisch systeem worden deze tegenstellingen als het ware opgetild tot een hoger niveau: het niveau van de politieke arena. Dáár worden de maatschappelijke tegenstellingen door gekozen volksvertegenwoordigers uitgevochten en dáár worden de regels bepaald die het leven van zijn scherpste kantjes ontdoen.
De politiek als metafoor van de harde strijd om het bestaan: in alle openbaarheid strijden vertegenwoordigers van politieke partijen en belangengroepen hun politieke strijd en uiteindelijk nemen zij zo besluiten die voor iedereen geldig en die voor vrijwel iedereen ook acceptabel zijn.
Om die acceptatie te verkrijgen moet het proces van politieke besluitvorming aan een aantal voorwaarden voldoen.
Een noemde ik al: openbaarheid. Als alle betrokkenen duidelijk maken waar zij voor staan en hoe zij hun doelen willen bereiken is dat voor alle anderen duidelijk zichtbaar en daardoor kunnen de “tegenpartijen” proberen de zwakke plekken te ontdekken om daar vervolgens gebruik van te maken. Uiteraard gaat dat omgekeerd ook zo.
Een tweede voorwaarde is dat de maatschappelijke tegenstellingen zichtbaar blijven. Een van de redenen dat weinig jongeren nog warm lopen voor de politiek is naar mijn overtuiging gelegen in het gebrek aan politieke strijd en emotie. In tegenstelling tot enkele tientallen jaren geleden, toen er nogal wat politieke strijd was, bijvoorbeeld tussen de coryfeeën den Uyl, Wiegel en van Agt. Op feestjes en partijen werd de verhitte discussie van deze politieke vertegenwoordigers door hun “fans” dunnetjes overgedaan. Een hoewel we daar nu soms heel anders tegen aan kijken; vrijwel iedereen was destijds overtuigd van het belang van die discussies: voor of tegen de verzorgingsstaat, de atoombom of bijvoorbeeld het gevaar van het communisme. En ook van het belang om bij verkiezingen je stem uit te brengen. Want door te stemmen steunde je de partij en/of de persoon die jouw politieke visie het duidelijkst verwoordde en daardoor werd de strijd die er de jaren daarna volgde ook een beetje jouw strijd.
Kom daar nu nog maar eens om! Als er tegenwoordig wordt gesproken over” de politiek” of over “gaan stemmen” dan is dat heel vaak negatief. “Of ik nou door de hond of door de kat gebeten wordt.” En “ het maakt allemaal toch niets uit.” In twintig jaar tijd is de politiek van iets interessants verworden tot iets verdachts, iets waar je eigenlijk maar beter niet bij kunt horen: “een spel voor onbetrouwbare mensen; vooral heren.”
In sommige analyses van dit probleem wordt wel eens naar voren gebracht dat er tegenwoordig veel minder tegenstellingen zijn dan pakweg vijfentwintig jaar geleden en dat het dus onzinnig is om terug te verlangen naar de daarbij behorende politieke strijd. Deze conclusie gaat volgens mij voorbij aan de huidige maatschappelijke werkelijkheid. Ik ben er van overtuigd dat er ten aanzien van vrijwel elk hedendaags politiek thema posities kunnen worden ingenomen die tot minstens even grote tegenstellingen aanleiding geven. Ik noem er enkele: het rijke westen tegenover het arme zuiden en oosten, publieke armoede tegenover excessieve private rijkdom, economische groei tegenover milieuvervuiling en normvervaging tegenover fatsoensrakkerij.
Er zijn maar enkele goedgebekte politici nodig die beide kanten van deze tegenstellingen vertegenwoordigen en binnen de kortste keren zou er een ongekende politieke strijd ontbranden. De vraag is echter: waarom gebeurt dat dan niet?
Volgens mij is de verklaring te vinden in het politieke beleid van pappen en nathouden zoals zich dat al sinds 1982 (onder Lubbers) en in versterkte mate onder het paars van Wim Kok heeft gemanifesteerd. Vrijwel onzichtbaar deed, onder de kleffe deken van het poldermodel, vrijwel iedereen van alles en nog wat met iedereen. Tegenstellingen werden niet expliciet gemaakt en uitgevochten, maar uitgepraat en toegedekt. Ambtenaren, belangengroepen en ingehuurde externen deden het werk en de politiek zette vervolgens de handtekening. Als gevolg daarvan zijn, sluipenderwijs, eerst de beginselen van transparantie en open(baar)-heid en vervolgens ook de maatschappelijke discussie naar de achtergrond verschoven.
Voor de kiezers is daardoor het zicht op de werkelijke politieke strijd weggevallen en daarmee ook een groot deel van hun betrokkenheid. Voeg daarbij het fenomeen dat de overheid zich door verzelfstandiging en privatisering steeds meer heeft teruggetrokken van voor de burgers relevante beleidsterreinen zoals het openbaar vervoer, communicatie, energie en zorg en de huidige apathie is goeddeels verklaard.
Sommigen vinden dat allemaal niet zo erg en anderen zijn van mening dat het een vanzelfsprekend gevolg is van de huidige tijd: “we hebben geld genoeg en kopen gewoon wat we nodig hebben om goed te kunnen leven! Waar hebben we dan de politiek nog voor nodig?”
De volgende vragen zullen echter, volgens mij, toch echt beantwoord moeten worden:

  • 1.Als het maatschappelijke tij van “nemen wat je nodig hebt” weer keert in: “verdelen van de schaarste” is er dan een politieke cultuur en zijn er dan politici die meer kunnen dan wheelen en dealen? Echte politici, gekozen op basis van ideeën, die als echte volksvertegenwoordigers met hart en ziel de strijd willen en kunnen aangaan met politici aan de andere kant van het spectrum?
  • 2.Als de burgers niet meer het idee hebben dat de politiek er toe doet en niet meer het vertrouwen dat de politici de maatschappelijke problemen op open en transparante wijze zullen oplossen, hoe kunnen we dan voorkomen dat ze, als de bomen niet meer tot de hemel groeien, het heft in eigen hand nemen? Met alle dramatische gevolgen van dien?

Volgens mij is er maar één remedie: Open gooien die handel; sla weg die muffe paarse deken en laat maar zien wie er in dit land wat doet, waarom en met wie.
Dan zal wel de politiek ook weer het primaat moeten krijgen; weg met ambtenaren die het zelf wel even regelen en weg met die externe adviseurs (de goede niet te na gesproken) die als paarden van Troye de overheid leegzuigen in plaats van iets toe te voegen. Overal leggen ze bij de overheid hun dure eieren, maar weinigen zijn bereid zijn om ze uit te broeden, laat staan om de kuikens groot te brengen!
En politici: ga naar de kiezers; niet alleen om te vertellen waarom ze op jou moeten stemmen, maar vooral om op te zuigen wat er leeft onder de mensen. Dan pas kan je als echte volksvertegenwoordiger voor hun belangen opkomen. En de strijd aangaan met politici die voor andere belangen opkomen.
Wees daarbij niet in de eerste plaats gericht op consensus, maar op een duidelijke stellingname en op het aangaan van politieke strijd: fair, open en duidelijk, gericht op winnen maar bereid om een mogelijk verlies te accepteren!
Weg met die politici die zo graag “bestuurder” genoemd willen worden en daarmee eigenlijk zeggen dat zij de politiek maar minderwaardig “geharrewar en gehakketak” vinden. Waardoor zij veel mensen nog meer van de politiek vervreemden.
Door zich alleen op “besturen” te richten missen zij het wezen van echt “politiek besturen”: het maken van inhoudelijke maatschappelijke keuzes door middel van politieke strijd waarna die keuzes vervolgens tot aanpassing van de samenleving leiden.
De politiek zal zich weer in de publieke arena moeten manifesteren in haar strijd om de verdeling van macht en geld, waarbij achterkamertjes uit den boze zijn.

auteur : Wouter van Kouwen

top | terug

Voorpagina
Weblog
Video
Tekstbestanden
E-mail

Poll


Betekenen de woorden 'vertrouwelijk' en 'geheim' hetzelfde?


Nee
Ja
Ik weet het niet

 

 

(C) 2001 Ralf Webdesign/Software