Terug
Politieke en ambtelijke verantwoordelijkheid
De
gekozen politici zijn de baas in de gemeente. Dat zegt althans de
wet. Maar hoe staat het met de ambtenaren? Ligt daar niet feitelijk
de macht. Een anayse en een aanzet om te komen tot heldere afspraken.
Het
staatsrechtelijk leerstuk van de ministeriele verantwoordelijkheid
is al in de negentiende eeuw ontwikkeld en regelt de verantwoordelijkheden
tussen gekozen bestuurders en benoemde ambtenaren.
Gekozen, politieke bestuurders zijn in principe altijd aansprakelijk
en verantwoordelijk voor alles wat de aan hen ondergeschikte overheidsdienaren
(ambtenaren) doen en laten.
De volksvertegenwoordigers kunnen daarom ambtenaren niet rechtstreeks
aanspreken op hun producten en handelingen. Daarvoor dient men zich
te wenden tot de gekozen bestuurder.Op zich is dit een prima systeem.
De gekozen bestuurders, die ook volledig verantwoordelijk zijn voor
het aansturen van de ambtenaren moeten kunnen worden afgerekend
(of beloond) op hun prestaties. De ambtenaren hebben (als ambtenaar
uiteraard) eigenlijk geen eigen mening; zij doen slechts wat hen
is opgedragen. Een ambtenaar is in deze verhouding altijd loyaal
aan zijn politieke bestuurder.
Tot zover de theorie, maar nu de praktijk. Ik signaleer een aantal
ontwikkelingen die het ideaalbeeld in meer of mindere mate hebben
verstoord:
- 1.Kan
je wel in alle redelijkheid verwachten dat een bestuurder verantwoordelijk
is voor alles wat de onder hem functionerende ambtenaren doen
en laten? (zie Volendam en Enschede) Dat werkte wel toen alles
overzichtelijk was en er per bestuurder maar weinig ambtenaren
waren. Nu is dit toch echt een fictie.
- 2.Tegenwoordig
wordt er veel meer gekeken of de bestuurder nog het vertrouwen
geniet van de volksvertegenwoordigers. Hij is dus niet meer voor
van alles verantwoordelijk, maar er op uit om de zaken zo te regelen
dat hij het vertrouwen van (de meerderheid) van de volksvertegenwoordigers
behoudt.
- 3.Ook
wordt er van ambtenaren in toenemende mate gevraagd dat zij zich
zelfstandig naar buiten toe uiten. En niet alleen als uitvoerder
van beleid, maar ook als interpretator van beslissingen en soms
zelfs als hardop meedenkend bij het maken van nieuw beleid. Dat
is ook wel logisch want heel vaak zijn ambtenaren veel deskundiger
op hun beleidsterrein dan de minister of de wethouder. Maar als
het dan mis gaat; is het dan redelijk om de bestuurder er op af
te rekenen?
Gevolg
van deze ontwikkelingen is dat de formele scheiding in feite niet
meer bestaat. In de praktijk wordt daar op twee manieren mee opgegaan:
a.
De precieze opvatting: ook als een bestuurder niets persoonlijk
kan worden verweten dient hij of zij af te treden als er iets onder
zijn verantwoording is gebeurt dat niet acceptabel is.
b.
De rekkelijke opvatting: bestuurders worden alleen persoonlijk afgerekend
als zij zelf aantoonbaar hebben gefaald in het aansturen van de
medewerkers of in het informeren van de Kamer of de raad. Alleen
als hen iets direct en persoonlijk te verwijten valt dus.
In de Nederlandse praktijk, we zien het bij het paarse kabinet,
maar ook in veel gemeenten en zeker ook in Houten wordt steeds vaker
volgens de tweede opvatting geredeneerd en gehandeld. Dit lijkt
ook logisch omdat je een bestuurder moeilijk verwijten kan maken
wanneer hij of zij persoonlijk geen enkele blaam treft. In het gewone
leven gaan we zo toch ook niet met elkaar om?
Maar er zijn wel een aantal vragen te stellen bij deze opvatting:
- 1.Als
de bestuurder niet aansprakelijk is en de ambtenaar ook niet,
wie is het dan wel?
- 2.Welk
deel van het beleidvormingsproces en welke genomen besluiten worden
op deze wijze oncontroleerbaar?
- 3.Is
het risico niet groot dat de bestuurder wegblijft bij wat zijn
ambtenaren doen om zo het territorium waarvoor zij of hij voor
kan worden aangesproken te verkleinen? (wat niet weet dat deert
immers ook niet!)
- 4.Krijgen
ambtenaren daardoor niet veel te veel invloed en macht? Invloed
en macht die nooit controleerbaar gemaakt wordt?
Het is volgens mij noodzakelijk dat deze vragen onder ogen gezien
en beantwoord worden.
Graag wil ik een voorzet doen:
- 1.Als
er niemand verantwoordelijk is, is dat onaanvaardbaar. De conclusie
moet zijn dat de gekozen bestuurders altijd verantwoordelijk zijn.
Hun politieke legitimiteit maakt hen tot de feitelijk verantwoordelijken
met wie ook politiek kan worden afgerekend. Ik ben dus voorstander
van de meer precieze opvatting. Maar wel in een bepaalde invulling,
dat zal duidelijk worden.
- 2.Het
is een slechte zaak als er blinde vlekken in de organisatie
ontstaan: processen en producten die niet te controleren zijn.
Dit kan alleen worden voorkomen als er aan twee voorwaarden is
voldaan:
a. de bestuurders zijn sterk genoeg om de ambtenaren aan
te sturen en zijn in staat om zich (op hoofdlijnen en op essentiële
details) bezig te houden met alle zaken in hun portefeuille.
b. de ambtenaren informeren de bestuurders (op hoofdlijnen
en met essentiële details)optimaal. Vooral politiek gevoelige
zaken worden direct en in volle omvang doorgegeven.
- 3.Als
voldaan is aan hetgeen onder 2 staat, zal hetgeen onder drie staat
niet kunnen voorkomen. Sterke bestuurders die ook persoonlijk
een groot gezag hebben en de capaciteiten van hun medewerkers
weten te stimuleren en te benutten zullen niet gauw in deze valkuil
terechtkomen.
- 4.Hetzelfde
geldt ook voor dit punt. Sterke bestuurders en loyale, deskundige
ambtenaren zijn de ideale combinatie waarmee de bestuurlijke verantwoordelijkheden
optimaal kunnen worden uitgeoefend.
Houten,
juni 2001
auteur
: Wouter van Kouwen
top
| terug
|