Terug
Democratie in de 21 ste eeuw
In
vogelvlucht trekt de lezer door de eeuwen om uiteindelijk uit te
komen bij de democratie zoals die op dit moment functioneert.
Definitie
Zoals bekend betekent het woord democratie eigenlijk:
regering door het volk. Het zal duidelijk zijn dat dit niet letterlijk
kan worden opgevat; dat zou praktisch niet mogelijk zijn. Wel betekent
het dat iedere burger recht heeft op gelijke inbreng bij het nemen
van politieke besluiten
Een
dilemma
Een probleem daarbij is dat niet iedereen dezelfde informatie heeft.
En dan komt de volgende vraag naar voren: hoe kunnen mensen die
niet op de hoogte zijn van relevante feiten een zinvolle bijdrage
leveren aan het nemen van de juiste beslissingen?
Een
wandeling door de historie
Voordat de democratie voet aan de grond kreeg kende de wereld bestuursvormen
zoals de aristocratie en het verlicht despotisme die voor dit dilemma
een oplossing hadden. De macht lag bij de meest machtige vertegenwoordigers
uit de bovenlaag van de samenleving. Overigens speelde de religieuze
top daarin heel vaak een grote rol.
Maar in de loop der eeuwen bleek dit toch niet te functioneren.
De wereldbeelden en levensomstandigheden van machthebbers en onderdanen
gingen steeds verder uit elkaar lopen Daardoor kwam de macht van
de elite ter discussie en uiteindelijk verloren zij hun legitimiteit.
De geschiedenis heeft geleerd dat als macht niet gebaseerd is op
gezag het uiteindelijk gedoemd is te verdwijnen.
Het ging zeker niet zonder slag of stoot, maar uiteindelijk verdwenen
de aristocraten en verlichte despoten van het toneel.
Als gevolg van o.a deze ontwikkeling veranderde de bestuursvorm
schoksgewijs in de richting van wat wij nu democratie noemen.
Ook uit ethisch oogpunt was dat een goede ontwikkeling. De toenmalige
machthebbers claimden (op het laatst tegen beter weten in) dat zij
het gelijk aan hun zijde hadden, en daardoor meenden zij het recht
te hebben hun beleving van de waarheid dwingend op te leggen aan
hun onderdanen. En dat ging heel ver, tot zelfs tot in de privé-sfeer.
Tegenwoordig zijn wij van mening dat een dergelijke handelwijze
feitelijk in strijd is met de menselijke waardigheid, waarin mensen
het recht hebben om eigen waarden en normen, inzichten en standpunten
te ontwikkelen, koesteren en uit te dragen.
De
kern van de zaak
Deze menselijke waardigheid is het fundament van onze democratie.
Ongeacht de omstandigheden waaronder een mens verkeert, ongeacht
zijn eigenschappen, denkbeelden en gedragingen, in principe is elk
mens uniek en dient in die uniciteit door de anderen te worden gerespecteerd.
(en vice versa uiteraard) Dit principe vormt niet voor niets de
grondslag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens!
Gevolg van het (h)erkennen van menselijke waardigheid en uniciteit
als basis van ons politiek handelen is dat de rechten van minderheden
altijd dienen te worden gerespecteerd.
Democratie is dus niet zozeer het recht van de meerderheid om te
doen wat haar goeddunkt, maar meer nog het recht van de minderheid
haar waardigheid gerespecteerd te zien.
Uiteraard kan dit geen oproep zijn om elk meerderheidsbesluit a
priori als verdacht te bestempelen. Het gaat er om dat binnen het
besluit van de meerderheid ook de rechten van de minderheid optimaal
worden meegenomen. Dat is de echte democratische toets: niet alleen
neuzen tellen, maar alle neuzen tellen mee!
Op
zoek naar de wil van het volk?
Terug naar mijn dilemma: hoe kunnen we iedereen laten meepraten
en -stemmen in onze democratie? Is volkssoevereiniteit; directe
democratie wellicht een oplossing?
Ik denk van niet.
Rousseau die de grondlegger was van het idee van de directe democratie
ging uit van de natuurlijke vrijheid van elk individu. Elk individu
was in zijn visie verplicht om, als het om algemene beleidszaken
gaat, gehoorzaam te zijn aan de optelsom van alle individuele willen:
de volonté générale. Iedereen moest als het
ware daarvoor zijn eigen vrije wil opzij zetten. En vervolgens moest
men daar ook aan gehoorzamen en naar leven. Het zal duidelijk zijn
dat er enige spanning zit in deze visie van Rousseau: hoe kunnen
mensen hun vrije mening opgeven voor een grootste gemene deler waar
zij, als zij het zelf zouden kunnen bepalen, mogelijk niets van
zouden willen weten? En bovendien: hoe wordt die algemene wil eigenlijk
bepaald, waar en door wie? Is het niet een utopie dat daarin de
wil van een ieder in gelijke mate zal doorklinken? En als dat al
zo is, hoe meet je dat dan?
Het stellen van deze vragen is het geven van het antwoord: directe
democratie is een concept waarbij de meerderheid de minderheid haar
wil oplegt en waarbij de minderheid ook nog eens wordt geprobeerd
wijs te maken dat ze haar eigen wil volgt (opgenomen in de volonté
générale) De onhoudbaarheid van dit concept werd al
snel duidelijk en weldra ontstonden er in meerdere landen parlementen;
een democratie met volksvertegenwoordigers.
Dan
toch maar de parlementaire democratie!
Deze vorm is ook nu, met alle onvolkomenheden die er aan kleven,
nog steeds de beste vorm van openbaar bestuur omdat de wil van het
volk door middel van vertegenwoordigers in de arena van parlement
of gemeenteraad kan worden vertaald in concreet beleid.
Is de menselijke waardigheid in dit parlementair systeem automatisch
gewaarborgd?
Om den drommel niet! Ook hier past scepsis, een kritische zin en
zullen de juiste procedures scherp moeten worden bewaakt, omdat
anders de grondrechten van de burgers en hun waardigheid gevaar
kunnen lopen.
Essentiëler is daarbij dat de grondrechten van individuen en
organisaties door de overheid worden geformuleerd. Dat is niet alleen
van belang om de minderheden daardoor die grondrechten te verschaffen
maar zeker ook om de meerderheid een instrument te geven waar zij
haar besluiten aan kan toetsen.
Grondrechten
en spelregels
Enkele grondrechten die te maken hebben met de relatie overheid
/ burger wil ik, zij het niet uitputtend (zie ook de Universele
Verklaring) hier noemen:
-het respecteren dat mensen / organisaties meningen hebben die afwijken
van de mening van de meerderheid.
-het toestaan dat mensen hun eigen leven naar eigen inzichten inrichten.
-Daar waar de overheid in het algemeen belang regels stelt en die
worden overtreden heeft de overheid het recht om die regels te handhaven.
Maar altijd met respect voor de mens en voor de afwegingen die hij
heeft gemaakt.
In
praktische zin zijn de volgende spelregels nog van belang:
- De
overheid is dienaar van de gehele samenleving, niet slechts van
een deel daarvan.
- Heel
belangrijk is een open en eerlijke informatievoorziening. Hierboven
noemde ik al het dilemma dat niet iedereen gelijk geïnformeerd
is. Honderd procent informatie voor een ieder is uiteraard niet
haalbaar, maar het is wel heel goed mogelijk om betrokken burgers
alle relevante informatie te geven waar zij belang bij hebben.
In algemene zin geeft het begrip: openbaar bestuur
trouwens al de opdracht van openbaarheid en transparantie.
- Niet
teveel poldermodel in de negatieve betekenis van achterkamertjes
- Invoering
van het referendum waardoor het idee iedere stem telt
vaker dan eens in de vier jaar wordt toegepast. Hierbij is het
niet de bedoeling dat de gekozen bestuurders langs een omweg door
de volkswil worden gepasseerd. Dat zou de nadelen van de volkssoevereiniteit
weer manifest maken. Nee; gekozen volksvertegenwoordigers besturen
in een open dialoog met de samenleving. Een referendum is in de
parlementaire democratie dan een soort extra veiligheidsklep.
Als er gerede twijfel is dat de gekozen bestuurders en vertegenwoordigers
zich vergissen, kan de bevolking om haar oordeel gevraagd
worden.
- Tenslotte
toetsing van besluiten op rechtmatigheid. In de grondwet staan
de grondrechten van een ieder geformuleerd. Hoe vaak kijken we
daar in de dagelijkse praktijk nog naar???
Houten,
juni 2001,
Wouter
van Kouwen
Met
dank aan: A. Soeteman, J. van Putten, Thorbecke, Jean Jaques Rousseau
en Socrates
auteur
: Wouter van Kouwen
top
| terug
|